Nieuwsberichten met als sleutelwoord: dragen

Het lieve meisje

Ben jij zo iemand die altijd doet wat haar gevraagd wordt, zo hard mogelijk werkt en bij iedereen in de smaak wilt vallen? Dan heb jij misschien last van het lieve-meisjessyndroom. Het type meisje dat zich zo uitslooft om het anderen naar de zin te maken dat ze zichzelf verwaarloost. Vroeger was ik ook zo’n lief meisje. Eigenlijk was ik dat het grootste deel van mijn leven geweest. Maar vooral het afgelopen jaar is mijn leven drastisch veranderd. Wat is er met me gebeurd? Er lijkt maar een omschrijving voor te zijn: Ik ben een meid met pit geworden.

Lees verder

Als de sodemieter aan de liefde jij!

‘Ik dacht dat jij een vriend had. Want je bent zo leuk’, zei iemand laatst. Het was een vrouw van een jaar of veertig. Een vriendelijke, lieve vrouw. Intelligent en onbevooroordeeld. En hoewel de vrouw een mooi mens is, schijnt haar opmerking de doodsteek in singles-land te zijn. Ik zie dat zelf ietsje anders, omdat ik eerder gevoelig ben voor wíe het zegt, en – vooral – hóe. Maar goed. Dit schijnt ernstig te zijn. Daar kwamen we al snel achter…

Ik dacht dat jij een vriend had. Want je bent zo leuk

Ik ontving de opmerking als compliment. ‘Ja,’ antwoorde ik dus, ‘Dat vind ik ook! Raar hè’. ‘Ja’ zei zij weer. ‘Ik had het me bij jou helemaal niet voorgesteld. Dat je geen vriend zou hebben’. Ik vond het gesprek met de seconde interessanter worden. Ik verbaas me zelf namelijk ook geregeld over dit feit. Het is toch ook wonderlijk? De één loopt de ene na de andere relatie in en uit, een tweede slijt vijftig jaar van zijn leven met één iemand, en een derde ziet alles om zich heen gebeuren, maar maakt geen enkele aanstalte om de situatie eens grondig aan te pakken. Een prachtig fenomeen!

Maar. Zoals ik al zei. Dit scheen toch best wel een heel ernstige situatie te betreffen: Ik zonder relatie, en de mooie vrouw die zich hardop daarover uitsprak.

Net toen wij gezellig keuvelend – zonder enig oordeel – ons over dit vraagstuk heen bogen, sloot een andere vrouw naast ons zich bij het gesprek aan. ‘Maar hoe komt het dan dat je niemand kunt vinden?’ vroeg ze. Onmiddelijk veranderde de toon-zetting. ‘Ehm.. Niemand kan vinden?’ stamelde ik. ‘Nou.. Ik zoek niet echt iets. Ik ben niks kwijt of verloren. En er is ook niets gejat.’ De nieuwe vrouw in het gesprek hoorde me wel, maar luisterde niet. Ze ging door met haar analyse. Die nu opeens niet meer gezellig keuvelend over het fenomeen ‘liefdesrelaties’ ging, maar… over mij. Ik was opeens een ‘probleem’ geworden. En ik scheen de grote onwetende in het geheel te zijn.

De vrouw ging door. Dat ik er toch best ongelukkig onder zou moeten zijn. En dat ik vast ook wel een arm om mijn schouders misste. Ze vroeg zich hardop af of ik te assertief, autonoom, eigenzinnig, vrijbuiterig, afwijzend of kritisch was. Ik zat er bij en keek er naar. ‘Mag ik iets zeggen?’ vroeg ik na een tijdje.

Iedereen die me goed kent, weet dat als er zulke zinnen volgen, ik eigenlijk stiekem op het dak zit van irritatie maar dan nog even vind dat ik dat beleefd moet overbrengen. De vraag is dan ook zelden een oprechte vraag. En verlaat nog minder vaak neutraal mijn mond. Een antwoord hoef ik ook eigenlijk niet. Het is meer een voorbereiding voor het statement dat volgt. En omdat er heus nog wel eens enige onzekerheid in mijn systeem verscholen ligt, lijkt het me allemaal vooral heel handig als ik taalkundig dit statement even frame en netjes inleidt. Met een nep-vraag welliswaar. Dus.

Als ik niet gelukkig ben, bel ik vrienden en kijk in de spiegel

‘Mag ik iets zeggen?’ De vrouw keek op. Natuurlijk mocht dat. Ze ging er vriendelijk en quasi-therapeutisch voor zitten. ‘Ik zit er niet mee.’ zei ik. Oke, geen hele sterke tekst. Maar beter kon ik het nog even niet omschrijven. ‘Mijn leven is mijn leven’ vervolgde ik. ‘Niet dat van jouw projecties. En niet dat van de maatschappij. En ik ben gelukkig. En ook heel vaak niet. Maar dat geeft niet. Dat hoort bij Leven. Als ik niet gelukkig ben, bel ik vrienden en kijk in de spiegel. En doe er iets aan. Ik heb geen procesmatig projectplan, schema of systeem om een ‘man’ te vinden. En ook geen theoretische onderbouwing over het waarom in ‘mij’. En ik vind dat ook nergens voor nodig. Het is allemaal goed zoals het is. Je kunt relaties niet plannen. Net zoals ik dat niet heb bij vriendschappen, carrieres en gezondheid. Het gebeurt gewoon allemaal – hetleven. Het is. En je kunt je er alleen aan overgeven, lief zijn en open staan voor dat wat komt. En als het niet komt: C’est ca. En aangezien ik er niet mee zit, lijkt het me heel erg onnodig dat jij er wèl mee zit!’

Meestal is het een heel slecht plan als ik teksten opkrop en dan de kraan open zet.  Vooral als iemand even daarvoor als een wervelwind op me heeft zitten projecteren. Bedacht heeft hoe ik zijn of doen moet. Of voortdurend zijn eigen leven spiegelt aan dat van mij. Dat zijn de ergsten. Als we opeens ‘zo hetzelfde zijn’. Dan kan ik maar beter zwijgen. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Nee. Helaas. ‘Zie je nou?’ zegt de vrouw.  Ze kijkt me verbeten aan. ‘Als je je nou eens wat inhoudt, vind je vast snel een man. Want je bent verder hartstikke leuk…’

Een bijdrage van Annette Dölle, Foto: Amarand Agasi Flickr

Coachen voor dummies (2)

Als je iemand gaat coachen of begeleiden heb je een grondhouding nodig. Een uitgangspunt of positie van waaruit jij werkt. Een grondhouding zou je kunnen omschrijven als de plek waar jij staat wanneer je de ander begeleid. Zo leert de badmeester zijn leerlingen zwemmen terwijl hij op de kant staat, zit de rij-instructeur naast zijn leerling, en staat de universitair docent voor het bord in de collegezaal. Wat al deze relaties gemeen hebben is dat de één het op een dag kan of weet zónder de ander.

Zo is het bij coaching/begeleiding ook. De cliënt komt om iets te leren dat alleen hij kan uitvoeren. Maar er is ook iets wezenlijk anders.

Lees verder

Man en emoties

Er ligt een nieuw boek in de winkels: Handboek voor de moderne man. Geschreven door drie Nederlandse mannen. Ik werd helemaal blij bij het horen van die titel. Er verschijnen weinig boeken over man-zijn. Ik las het voorwoord… en legde het boek teleurgesteld weer weg.

Enkele delen uit het voorwoord: ” …nooit, nooit zullen we ons hardop afvragen waarom we zijn zoals we zijn. (…) mannenvriendschappen en vader-zoon relaties gaan zelden zover dat we ook onze persoonlijke ervaringen en gevoelens willen delen. (…) vrouwen weten per definitie veel van elkaar en van zichzelf. (…) in de huidige samenleving hebben we verantwoordelijkheden moeten afstaan aan de technologie en aan vrouwen (…) mannen zijn raadsels. Om zich verderop tot de lezer te richten met de woorden: “beste mede-herenslachtoffers”.

Lees verder

Buideldier de tassendief

Buideldier had een buidel. Altijd al, voor zover hij zich kon herinneren. Had buideldier nog een heel bescheiden exemplaar; zijn vader en moeder hadden een heuse tas! Het ware zulke joekels dat hij soms betwijfelde of er eigenlijk wel een papa en mama achter scholen. Dat vond hij jammer. Als hij zijn ouders niet goed kon zien, zouden ze vast en zeker ook niet zo’n al te best uitzicht hebben op hem. En dat had hij wél nodig: gezien worden. Buideldier wilde zo graag dat zijn ouders hun tas even weg zouden leggen. Al was het maar één keer om even hallo te zeggen tegen hun zoon, buideldier. Maar dat gebeurde niet.

Lees verder