Nieuwsberichten in de categorie: Pers. Ontwikkeling

Zelfvertrouwen

Geplaatst op 30 april 2021

Onlangs werd ik gevraagd voor een interview een stukje te schrijven over zelfvertrouwen. Dit is wat er bij me opkwam.

Zelfvertrouwen werkt het best als je niet bang bent jezelf ook over te geven aan iets wat groter is dan jezelf.
Voor mij is zelfvertrouwen iets wat dynamisch is, constant in beweging. En om je zelfvertrouwen te verdiepen zijn problemen cq uitdagingen onmisbaar.

Lees verder

Kracht in kwetsbaarheid?

Geplaatst op 27 december 2017

“Ik moet mij kwetsbaarder opstellen” zeggen mensen wel eens. Het is een mooie verantwoorde zin. Je komt het in alle bladen tegen en menig therapeut zweert erbij. Maar waarom? Als het koud is ga je toch ook met een dikke jas naar buiten. En voor de veiligheid stap je toch ook liever in een SUV dan op je fiets?

Brené Brown legt uit waarom. En dat kan ze.

Foto bad: emanuela franchini

Waan zinnig

Geplaatst op 3 december 2017

We kunnen er alleen maar naar gissen; wat er in een mensenhoofd gebeurt wanneer we gek worden. Wanneer de grens tussen werkelijkheid en imaginatie vervaagt.

Het verschil tussen gek en geniaal is succes.

Animator Till Nowak en zijn team laten zien wat er gebeurt als je de grens over kunt, terwijl je aan deze kant blijft. Als je hoofd daar is, maar je voeten nog gewoon aan deze kant staan.

En dan krijg je iets dat zo gek nog niet is. Niet voor niets wint deze animatie de ene na de andere prijs. Ik keek hem twee keer en en de tweede keer is hij weer anders. Waan zinnig goed gemaakt.
Lees verder

Eerlijk zijn

Geplaatst op 27 juni 2016

Och, als we toch eens allemaal eerlijk waren… Dan zou het allemaal zoveel makkelijker zijn. Als we toch eens gewoon openheid zouden geven over wat we voelen… Over wat we van plan zijn. Over wat we gedaan hebben… Iedereen zou elkaar begrijpen, wanneer we in elkaars hoofd konden kijken. Dat zou het allemaal zoveel makkelijker maken! Toch?

Lees verder

De eerste en de enige keer dat ik dat voelde

Geplaatst op 28 september 2015

Ik schuif met een dampende kop koffie aan bij het overleg met mijn collega’s. Iedere ochtend verdelen we de overlijdensmeldingen die we die nacht of de avond ervoor hebben gekregen. “Dit lijkt ons een interessante uitvaart voor jou”, zijn mijn collega’s het direct eens. De melding betreft een jongen van begin dertig die totaal onverwacht is overleden. Zijn mannelijke partner, die de overlijdensmelding doorgaf, woont bij mij in de buurt. Op veel fronten sluit deze situatie aan bij mijn eigen situatie.

Op het moment dat ik een melding aanneem, gaat bij mij de adrenaline stromen. Iedere keer weer. En dit is een extra spannende uitvaart. Want een onverwacht overlijden is toch vaak turbulenter dan wanneer mensen het overlijden aan zien komen. Ter voorbereiding van het gesprek rijd ik eerst langs het mortuarium, wat nerveus en zenuwachtig. Het hoort bij mijn werk, maar gek genoeg vind ik het mortuarium toch altijd een beetje eng.

Lees verder

Waarom gaan mensen scheiden?

Geplaatst op 17 augustus 2015

Van de geliefden die trouwen gaat 38%* weer scheiden. En dat percentage stijgt nog steeds. In Amerika ligt het percentage al op 50%. Dat is hoog.

De opgegeven redenen voor al die scheidingen variëren nogal. Zo wordt in onderzoeken geldproblemen vaak genoemd. Zijn er evolutietheorieën die beweren dat mensen in essentie niet monogaam zijn. En er zijn ideeën dat mensen in de moderne-tijd hun partner inruilen zoals ze met hun mobiele telefoon doen; het nieuwste model nemen.

Bij veel verklaringen krijg ik het gevoel dat ze vooral over externe factoren of de biologie gaan. Ik geloof dat het antwoord dichterbij ligt.

Lees verder

Een nieuw begin

Geplaatst op 22 juni 2015

Hij wist dat de tijd was gekomen. Hij zag het aan de dorre bladeren aan zijn voet. Hij zag het aan de afgebroken dode takken. En hij voelde het aan zijn wortels. Hij herinnerde zich hoe het ooit was geweest; het gevoel van heen en weer stromen van voedsel en energie, het gevoel van vastigheid, staan, grijpen in de vochtige aarde. En ook het gevoel van later; de onbeweeglijkheid, de belemmering, verankerd, als gegoten in een blok beton. Hij had het ervaren als vanzelfsprekend, hij had het vervloekt en verworpen, hij had het geaccepteerd en geëerd. En nu niets, alleen het weten dat het was geweest…

Hij wachtte op wat komen zou en kon zich er niets bij voorstellen. Er was het verlangen als een smeulend vuur in zijn binnenste, maar ook was er de angst, de vreselijke angst.

Lees verder

Thuisfalende experts

Geplaatst op 13 april 2015

Al jaren spaar ik ze. Mensen die in hun vak de kampioensstatus hebben maar er op hetzelfde terrein in hun persoonlijke leven niks van bakken. De verlichtingsfilosoof Rousseau is de eerste in mijn verzameling. Hij schreef het eerste standaardwerk over de kinderopvoeding maar zijn eigen (vijf!) kinderen bracht hij meteen na de geboorte naar een vondelingengesticht omdat hij zich er geen raad mee wist.

Ooit was ik leraar Nederlands op een middelbare school. Het eerste uur begon om tien over acht. Twee keer per week 1b, een drukke brugklas met veel wizzkids. Eerste en laatste antwoord van die bijdehandjes: ja maar… Altijd pret met dat uitgeslapen volkje. Op één na: een joch dat steevast om kwart over acht in zijn bankje in slaap sukkelde. Eerst dacht ik dat hij de boel voor de gek hield, maar het kereltje was niet bij de les te krijgen. De oorzaak kwam boven tafel tijdens een gesprek met zijn ouders: papa roerde elke ochtend stiekem een valiumpje 10 door zijn milkshake. Alleen zo kon hij hem in het gareel houden. Dat zoonlief er als een zombie bijliep, beschouwde hij als collateral damage in de oorlog die opvoeding heet. Het beroep van de vader? Kinder­rechter.

Lees verder

Zweethut

Geplaatst op 16 maart 2015

“Ik denk dat ik een sauna in het bos ga bouwen”, zei Felix op de warmste nacht van de herfst.

“Ik ga met je mee”, zei ik.
“Ik ook”, zei Diego, een vriend van Felix.

De gedachte om de hele nacht in een bos te zijn, maakte me rustig. De laatste weekends spendeerde ik vooral in cafés met mijn voornaamste attributen: alcohol, sigaretten en andere verdovende middelen.

Felix zette een stoof op een open plek in het bos en gaf me een zaag: “Gaan jullie even takken zagen voor de sauna?”, vroeg hij ons. En zo stond ik om elf uur ‘s nachts de takken van een boom te zagen en dacht: dit is het leven. Geen verdovende middelen, geen vals lachende gezichten op feestjes. Leven is de takken horen kraken.

Lees verder

Jezelf op je nek zitten

Geplaatst op 18 november 2014

We doen het allemaal wel eens; onszelf straffen. Jezelf straffen omdat je iets niet goed deed, niet goed zag of zei. Jezelf straffen is niet handig, niet constructief, en toch doen heel veel mensen het. En we doen het ook nog eens bijna altijd onbewust. Iedereen heeft er zijn eigen voorkeursvorm voor. Een eigen vorm die we makkelijk vergoelijken, waardoor het lijkt alsof je jezelf helemaal niet straft.

Ik deed het gisteren nog. Ik stond in de supermarkt met mijn mandje vol. Ik zag lekkere frambozenjam staan. Hij was nog in de aanbieding ook. En wat deed ik? Ik liet hem staan… “Jij hebt genoeg uitgegeven!” ging er door mijn hoofd. Vijf minuten later stond ik buiten. Zonder jam. Met spijt. In de auto terug naar huis had ik in de gaten wat er aan de hand was. Ik had mijzelf gestraft door mijzelf iets te ontzeggen. Maar waarom? Ik, die zo veel schrijft over verlangen? Ik kon mijzelf niet eens met een potje jam verwennen?

Lees verder

Het Ferrari gevoel

Geplaatst op 16 oktober 2014

Ze was altijd druk en had altijd haast. Bij alles wat ze deed leek het of ze met een Ferrari door de stad scheurde en daarmee haar taken vervulde. Vol gas optrekken, met piepende banden door de bocht, uitwijken voor al die andere overbodige verkeersdeelnemers, en dankzij de ABS weer op tijd stilstaan voor het volgende verkeerslicht. Achttien uur racen per dag. Thuis en op het werk. Dag in dag uit. Week in week uit. Eigenlijk al haar hele leven lang. Slechts zes uurtjes slapen en ook daarin heftige dromen met bloedstollende achtervolgingsscenes. Angst om te falen. Angst voor afwijzing. Angst voor werkelijk contact. Altijd op pad. Altijd op de vlucht. Op zoek naar goedkeuring en acceptatie. De wereld lag ermee bezaaid, maar zij ging er zo hard aan voorbij dat ze het helemaal niet opmerkte.

Lees verder

Op slot

Geplaatst op 25 augustus 2014

Ze heeft een nieuw fietsrondje ontdekt. Precies 10 kilometer, met wat hoogteverschil. Over de nieuwe brug heen, over de Waalbrug terug. Ze verlangt naar routines en rituelen, een vast ritme. Regelmaat, orde. Niet hoeven nadenken, twijfelen, afvragen. Ze haat sport maar ze ‘moet’. Misschien kan het op deze manier wel. Naar het schijnt duurt het dertig dagen om nieuwe routines te verankeren in je systeem. Zo lang heeft ze een nieuwe gewoonte nog nooit volgehouden. Maar dit nieuwe fietsrondje is toch een kanshebber om tijdelijk voor vastigheid te zorgen. Als je het namelijk andersom fietst, is het een heel ander rondje. En door het werk aan de omlegging van de Waal wijzigen de wegen ook voortdurend. Afwisseling in routine, de enige manier om haar in beweging te krijgen.

Lees verder

Geluk is niet te koop, wel vrij te verkrijgen

Geplaatst op 7 juli 2014

Als je alles hebt en toch niet gelukkig bent, weet je zeker dat het aan jezelf ligt. Tot die tijd is het hard werken om dat te ontdekken. Eerst moet je namelijk alles verkrijgen wat je nodig hebt, om vervolgens te constateren dat je misschien nog steeds niet gelukkig bent. Voor de een een wat langere en hardere weg dan voor de ander. Een collectieve illusie?

Aanwijzing 1: gelukkig word je niet, gelukkig ben je

De onbewuste gedachte over geluksverkrijging, is dat we eerst iets moeten hebben om gelukkig te kunnen zijn. Voorbeeld:

  • als ik een mooier huis heb, kan ik feestjes geven bij mij thuis en voel ik me geliefd
  • als ik een betere baan heb, kan ik mijn kinderen een zorgeloos leven geven en dan voel ik me rustig.
  • als ik een dak boven mijn hoofd heb, ga ik werk zoeken en voel ik me erbij horen.

Zo handelen komt niet voort uit gelukkig-zijn maar heeft als doel gelukkig-worden, te bereiken door het denken in de volgorde: hebben, doen, zijn.
Lees verder

Het lieve meisje

Geplaatst op 16 september 2013

Ben jij zo iemand die altijd doet wat haar gevraagd wordt, zo hard mogelijk werkt en bij iedereen in de smaak wilt vallen? Dan heb jij misschien last van het lieve-meisjessyndroom. Het type meisje dat zich zo uitslooft om het anderen naar de zin te maken dat ze zichzelf verwaarloost. Vroeger was ik ook zo’n lief meisje. Eigenlijk was ik dat het grootste deel van mijn leven geweest. Maar vooral het afgelopen jaar is mijn leven drastisch veranderd. Wat is er met me gebeurd? Er lijkt maar een omschrijving voor te zijn: Ik ben een meid met pit geworden.

Lees verder

Blinde vlekken

Geplaatst op 3 juni 2013

Het lijkt me nou zo leuk als we gewoon geen Blinde Vlekken meer hebben. Gewoon. Niet. Dat we elk gedragstukje van onszelf herkennen, en erkennen. En dat we na verloop van tijd, als een soort beloning voor het ouder worden, onze eigen handleiding gezellig begrijpen. En in een mapje hebben. Zo’n ringband. Dat lijkt me nou leuk.

Dat je in bepaalde situaties gewoon bladzijde 68 kan open slaan, en zonder nadenken het omlijnde kadertje voor kan lezen aan degene met wie je in de rotsituatie beland bent. En dat die dan zegt ‘Oh’. Een kopietje maakt. En het dan mee naar huis neemt, zodat het vanaf dan maar helder is. Dat lijkt me nou leuk.

Annette houdt er van om onbekende wegen in te slaan, net op het moment dat je het niet verwacht

En dat het dan dus ook gemakkelijker wordt als je elkaar al iets langer kent. Want, zeg nou zelf. Dat wordt het vaak niet. Op de tijdbalk van het leven kan alles nogal slingeren onderweg. Dus je verliest nog wel eens iemand. Ontwikkelingen hier, stagnaties daar. Zijwegen, kruispunten. Je weet het niet. En wat zou het dan handig zijn als zulke zaken aangegeven staan, naarmate de tijd vordert. Zoiets als: ‘Als het Annette te heet onder de voeten wordt, dan is ze geneigd om  sociaal emotionele afleidingsmanoeuvres te creëren. Die meestal werken’.  Of ‘Annette houdt er van om onbekende wegen in te slaan, net op het moment dat je het niet verwacht’. Dat is dan maar helder. Iedereen heeft dan van zijn liefste mensen mapjes in de kast staan. Met etiketjes op de zijkant. En daarin kun je lezen wat ze al verzameld hebben. Zo door de jaren en de maanden heen. Dan kun je met een gerust hart afscheid nemen van je vrienden onderweg, omdat je weet dat je ze verderop wel weer tegen komt. Of zij jou. Dat lijkt me nou leuk.

En ik snap heus. Dat dit een beetje autistisch over kan komen. En obsessief compulsief. Want zo zou het psychologisch handboek [DSM-IV] (ik zeg altijd De SadoMasochist dl 4.- maar dat terzijde) dit gedragskenmerk vast categoriseren. Die hebben het namelijk al een paar keer geprobeerd, om persoonlijkheden in handleidingen te vangen. Om het te kaderen, en er etiketjes aan te geven. Niet om Blinde Vlekken te herstellen, denk ik. Maar dat weet ik niet. Het is in ieder geval best een beetje mislukt, dat categoriseren van het psychologisch handboek. Mensen gingen het namelijk té letterlijk nemen. En tja. Toen was de lucht verdwenen. En de ruimte om te mogen leren was weg.

En daarom alleen, daarom alleen zijn Blinde Vlekken goed. Al haat ik ze soms. Maar ze geven wel lucht. En de ruimte om te leren. En het enige dat je dan nog nodig hebt, is iemand die om je durft te lachen, en je vertelt dat fouten maken mag als je het zelf even vergeten bent. Fouten maken mag. Dus als we dat afspreken, wil ik mijn Blinde Vlekken heus wel houden. Heus.

Een bijdrage van Annette Dölle, Foto: Ivan McClellan Flickr

Complimenten aannemen

Geplaatst op 18 februari 2013

Als je niet drinkt, droog je uit. Als je het te koud krijgt, onderkoel je. Als je een week niet slaapt, word je psychotisch. En als je tenslotte niet eet, ga je dood. Allemaal zaken die van levensbelang zijn. Net als complimenten. Die zijn ook van levensbelang.

Een compliment is als een lekker stuk chocolade, als een avond dansen, een prachtige zonsondergang, een dag zeilen op zee. Complimenten zijn de benzine, olie en wasbeurt inéén. Het zijn de slingers op het feest van het mens-zijn. Hij of zij die beweert dat ie zonder complimenten kan, wantrouw ik daarom onmiddellijk. Zij staan namelijk in de overlevingsmodus en zijn niet gericht op een gelukkig leven.

Complimenten zijn de slingers op het feest van het mens-zijn

Jij en ik hebben hebben dus complimenten nodig. En niet zomaar complimenten, nee, gemeende complimenten. Complimenten, die ons bevestigen in ons bestaan, in wie we zijn, onze schoonheid, onze liefde voor de ander en onze rijkdom van geest.

Het aannemen van een compliment

En als je dan zo’n gemeend compliment krijgt, hoef je maar één ding te doen en dat is hem aannemen. Dat betekent letterlijk dat je het compliment inademt. En niet meteen roept: “Geen dank”, “Ach, dat valt wel mee” of “Het was maar € 6,95 bij de Hennes”. Dat inademen klinkt wellicht gek. Je denkt misschien, wat heeft dat met aannemen te maken? Aannemen is toch een psychische beweging en niet een fysieke?

Nee, dat is niet zo. In de zeven jaar werken als coach en psychosociaal therapeut is mij namelijk opgevallen dat wanneer iemand een compliment aanneemt, hij inademt. En wanneer iemand een compliment niet aanneemt, dat hij of zij vaak direct iets terug zegt. Dus uitademt. Of zelfs even stopt met ademen. Iemands ademhaling laat zien wat hij psychisch doet.

Ademhaling laat zien wat iemand psychisch doet

Een compliment ontroert en beroert. Dat heeft even tijd nodig. Net als  je voor lekker eten de tijd neemt, moet je dat voor een goed compliment ook doen. Die inademing is dus nodig om een compliment te laten landen. Wellicht haal je hem later op de avond nog eens naar boven. Je glimlacht en voelt je trots.

Stevigheid en zelfvertrouwen

Door complimenten aannemen, groei je als mens. Je krijgt een beter besef van wie je bent, hoe je overkomt op de ander en waar je goed in bent. Je ontwikkelt zelfvertrouwen door complimenten aan te nemen, omdat je daardoor een beter beeld krijgt van wie die zelf is. Sterke mensen zijn niet de mensen die het alleen kunnen. Het zijn de mensen die veel complimenten aannemen, weten dat ze complimenten nodig hebben en geloven dat ze ervan afhankelijk zijn voor een gelukkig leven.

Foto: M88G

Volwassen worden

Geplaatst op 4 februari 2013

Volwassen worden. Het klinkt zo eenvoudig. Maar wat is het eigenlijk? Betekent het dat je geen kind meer bent? Dat je iemand anders wordt? Leer je iets af of iets bij?

Wordt je volwassen omdat je op kamers gaat? Omdat je je eerste vriendje of vriendinnetje krijgt? Omdat je doet zoals je ouders je vertelden dat een volwassene doet? Of omdat je het juist heel anders doet dan je ouders? Scheur je je los van je ouders of maak je je los? Gaat dat met een knal of langzaam? En wie begint dat proces? Het kind of de ouders?

Lees verder

Verantwoordelijkheid nemen voor alles

Geplaatst op 5 november 2012

Ik lees een boek met teksten van Gandhi. Dat is bijzonder inspirerend. Ghandi hield niet van halve pogingen of een beetje proberen onder kantoortijden. Tijdens het lezen dacht ik aan een bijzonder gesprek dat ik onlangs had. Daarin nodigde ik iemand uit om verantwoordelijkheid te nemen voor alles dat binnen zijn vermogen lag. Ik stelde hem voor dat hij verantwoordelijkheid zou nemen voor alles wat hij denkt, doet en voelt. “Tjeemig!” zei hij “Dan wordt het leven zwaar!?”

Zwaar? Hoe kwam hij daar nu bij? Maar hij meende het écht.

Lees verder

Niets horen, voelen of zien

Geplaatst op 8 oktober 2012

Onlangs werd ik geïnterviewd. Zelfbenoemd stadsgastvrouw van Arnhem, Petra Else Jekel, en ik zaten aan de Rijnkade. Terwijl ik over het water uitkeek, een briesje door mijn haar voelde en het laatste zonlicht over mijn wang gleed, nodigde Petra me uit me in mijzelf te keren en daarna weer te voorschijn te komen met alles wat ik daarbinnen gevonden had. Het was een ontroerende gewaarwording.

Lees verder

Als de sodemieter aan de liefde jij!

Geplaatst op 10 september 2012

‘Ik dacht dat jij een vriend had. Want je bent zo leuk’, zei iemand laatst. Het was een vrouw van een jaar of veertig. Een vriendelijke, lieve vrouw. Intelligent en onbevooroordeeld. En hoewel de vrouw een mooi mens is, schijnt haar opmerking de doodsteek in singles-land te zijn. Ik zie dat zelf ietsje anders, omdat ik eerder gevoelig ben voor wíe het zegt, en – vooral – hóe. Maar goed. Dit schijnt ernstig te zijn. Daar kwamen we al snel achter…

Ik dacht dat jij een vriend had. Want je bent zo leuk

Ik ontving de opmerking als compliment. ‘Ja,’ antwoorde ik dus, ‘Dat vind ik ook! Raar hè’. ‘Ja’ zei zij weer. ‘Ik had het me bij jou helemaal niet voorgesteld. Dat je geen vriend zou hebben’. Ik vond het gesprek met de seconde interessanter worden. Ik verbaas me zelf namelijk ook geregeld over dit feit. Het is toch ook wonderlijk? De één loopt de ene na de andere relatie in en uit, een tweede slijt vijftig jaar van zijn leven met één iemand, en een derde ziet alles om zich heen gebeuren, maar maakt geen enkele aanstalte om de situatie eens grondig aan te pakken. Een prachtig fenomeen!

Maar. Zoals ik al zei. Dit scheen toch best wel een heel ernstige situatie te betreffen: Ik zonder relatie, en de mooie vrouw die zich hardop daarover uitsprak.

Net toen wij gezellig keuvelend – zonder enig oordeel – ons over dit vraagstuk heen bogen, sloot een andere vrouw naast ons zich bij het gesprek aan. ‘Maar hoe komt het dan dat je niemand kunt vinden?’ vroeg ze. Onmiddelijk veranderde de toon-zetting. ‘Ehm.. Niemand kan vinden?’ stamelde ik. ‘Nou.. Ik zoek niet echt iets. Ik ben niks kwijt of verloren. En er is ook niets gejat.’ De nieuwe vrouw in het gesprek hoorde me wel, maar luisterde niet. Ze ging door met haar analyse. Die nu opeens niet meer gezellig keuvelend over het fenomeen ‘liefdesrelaties’ ging, maar… over mij. Ik was opeens een ‘probleem’ geworden. En ik scheen de grote onwetende in het geheel te zijn.

De vrouw ging door. Dat ik er toch best ongelukkig onder zou moeten zijn. En dat ik vast ook wel een arm om mijn schouders misste. Ze vroeg zich hardop af of ik te assertief, autonoom, eigenzinnig, vrijbuiterig, afwijzend of kritisch was. Ik zat er bij en keek er naar. ‘Mag ik iets zeggen?’ vroeg ik na een tijdje.

Iedereen die me goed kent, weet dat als er zulke zinnen volgen, ik eigenlijk stiekem op het dak zit van irritatie maar dan nog even vind dat ik dat beleefd moet overbrengen. De vraag is dan ook zelden een oprechte vraag. En verlaat nog minder vaak neutraal mijn mond. Een antwoord hoef ik ook eigenlijk niet. Het is meer een voorbereiding voor het statement dat volgt. En omdat er heus nog wel eens enige onzekerheid in mijn systeem verscholen ligt, lijkt het me allemaal vooral heel handig als ik taalkundig dit statement even frame en netjes inleidt. Met een nep-vraag welliswaar. Dus.

Als ik niet gelukkig ben, bel ik vrienden en kijk in de spiegel

‘Mag ik iets zeggen?’ De vrouw keek op. Natuurlijk mocht dat. Ze ging er vriendelijk en quasi-therapeutisch voor zitten. ‘Ik zit er niet mee.’ zei ik. Oke, geen hele sterke tekst. Maar beter kon ik het nog even niet omschrijven. ‘Mijn leven is mijn leven’ vervolgde ik. ‘Niet dat van jouw projecties. En niet dat van de maatschappij. En ik ben gelukkig. En ook heel vaak niet. Maar dat geeft niet. Dat hoort bij Leven. Als ik niet gelukkig ben, bel ik vrienden en kijk in de spiegel. En doe er iets aan. Ik heb geen procesmatig projectplan, schema of systeem om een ‘man’ te vinden. En ook geen theoretische onderbouwing over het waarom in ‘mij’. En ik vind dat ook nergens voor nodig. Het is allemaal goed zoals het is. Je kunt relaties niet plannen. Net zoals ik dat niet heb bij vriendschappen, carrieres en gezondheid. Het gebeurt gewoon allemaal – hetleven. Het is. En je kunt je er alleen aan overgeven, lief zijn en open staan voor dat wat komt. En als het niet komt: C’est ca. En aangezien ik er niet mee zit, lijkt het me heel erg onnodig dat jij er wèl mee zit!’

Meestal is het een heel slecht plan als ik teksten opkrop en dan de kraan open zet.  Vooral als iemand even daarvoor als een wervelwind op me heeft zitten projecteren. Bedacht heeft hoe ik zijn of doen moet. Of voortdurend zijn eigen leven spiegelt aan dat van mij. Dat zijn de ergsten. Als we opeens ‘zo hetzelfde zijn’. Dan kan ik maar beter zwijgen. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Nee. Helaas. ‘Zie je nou?’ zegt de vrouw.  Ze kijkt me verbeten aan. ‘Als je je nou eens wat inhoudt, vind je vast snel een man. Want je bent verder hartstikke leuk…’

Een bijdrage van Annette Dölle, Foto: Amarand Agasi Flickr

Discriminerende bloemen

Geplaatst op 13 augustus 2012

‘Voor zover bekend is de Appelboom zichzelf niet bewust. Hij zal niet om zich heen kijken om te zien wat de andere bomen aan het doen zijn. Zou hij dat wel doen, en ontdekken dat hij tussen de Perenbomen staat, dan zou hij wel eens op het idee kunnen komen dat hij niet normaal is. Erger nog, hij zou kunnen proberen om Peren te gaan maken. 

Of stel je voor: Hij had ouders waar hij als jong boompje regelmatig van te horen kreeg dat je bescheiden moet zijn in dit leven en hij probeert in plaats van Appels Kersen te maken. Of hij heeft vrienden die hem proberen wijs te maken dat hij wel wat vrolijker mag zijn, en hij probeert het daarom met Bananen. Als een Appelboom ergens goed in is, dan is dat in het produceren van Appels.’ [uit: de Creatiespiraal, M. Knoope, 1998]

Lees verder

Heb het lef

Geplaatst op 30 juli 2012

Ik maak je even deelgenoot van een gesprekje met mezelf… misschien dat jij er net zo vrolijk van wordt als ik.

Als je iets wilt hè, als je iets echt heel erg graag wilt, dan helpt lef enorm.

Het lef om onder ogen te zien dat je het niet allemaal alleen kan doen, dat je dat niet eens zou moeten willen. Dat je hulp nodig hebt en dat je je droom moet delen om hem te kunnen vermenigvuldigen. Als je nog niet kan delen, dan moet het nog even gisten, dat mag ook.

Lees verder

Boerenkool met ketjap (zoals het hoort)

Geplaatst op 2 juli 2012

Deze week moest ik denken aan een voorval van een jaar of vijftien geleden. Ik woonde in een studentenhuis en was met een huisgenootje boerenkool aan het maken. Je weet wel: aardappels koken en stampen, gebakken spekjes erdoor, worst erbij. En toen, in een onbewaakt moment, toen deed ze iets heel idioots: ze deed ketjap door de boerenkool. Was ze nou helemaal gek geworden? Dat hóórt toch niet zo!? Mijn hele boerenkool was verpest (jawel, het was ineens mijn boerenkool).

Aangezien ik dus in een studentenhuis woonde en er verder bar weinig andere etenswaren in huis waren, heb ik (met lange tanden) die boerenkool gegeten.

Lees verder

De ingrediënten van een goede liefdesrelatie

Geplaatst op 4 juni 2012

Goede liefde vinden betekent goed zoeken met al je zintuigen, je intuïtie en je verstand. En als je hem of haar gevonden hebt dan begint het poetsen, polijsten en verzorgen en … nog eens poetsen, polijsten en verzorgen.

De liefde is een mooi ding en een groots ding, héél groots. En zoals grote gebouwen een meerjaren onderhoudsplan nodig hebben, heeft de liefde dat ook.

Dit is wat een goede relatie goed maakt en houdt:

Lees verder

Hij weet waar spons woont

Geplaatst op 21 mei 2012

Spons loopt naar de brievenbus. De postbode weet hem altijd goed te vinden, ook al woont hij helemaal niet op een zichtlocatie. Twintig brieven vandaag. Spons gaat er eens lekker voor zitten en opent de eerste brief.
Beste spons,

Ik schrijf je deze brief. Ik heb vaak geprobeerd om deze brief te sturen aan diegene voor wie hij eigenlijk bedoeld is. Maar ik kreeg al mijn brieven ongeopend retour. Ik heb vele adressen geprobeerd, verschillende postzegels en een leger aan postbodes. Ik ben zelfs op schrijfles geweest omdat ik dacht dat het wellicht aan mijn handschrift lag. Maar het mocht allemaal niet baten. Inmiddels is mijn frustratie daarover zo hoog opgelopen dat ik heb besloten de brief aan jou te schrijven. Bij jou komen alle brieven altijd binnen, is me ter ore gekomen. Bijzonder hoor.

Nou goed, de brief is dus niet voor jou bestemd, maar je moet je frustratie van je afschrijven want anders ontploft een mens. Toch? Nou, daar komt ie dan, he. En niet schrikken, want in het echt val ik best mee.

Ik vind jou een stom mens. Zo dat moest ik even kwijt. Lucht enorm op ook! Dank je wel.

Domino.
Spons zou spons niet zijn als hij geen aardig briefje terug zou schrijven. En zo geschiedde:

Beste domino,

Dank je wel voor je brief. Het klopt, ik ben een ontzettend stom mens. Soms vergeet ik het wel eens, maar het is zo vaak tegen me gezegd dat er toch een kern van waarheid in moet zitten. Fijn dat er altijd mensen zijn die je eraan herinneren.

Wat ik me nog afvraag:

Lucht het echt (maar dan ook echt) op, om een boodschap aan het verkeerde adres af te leveren?

Groeten van Spons.
Die dag beantwoordt Spons nog 19 andere brieven. Hij pakt 20 maagdelijk witte enveloppen uit zijn secretaire en likt de gom van de postzegels nat. Dan gaat hij zijn dagelijkse gangetje naar het postkantoor.
Nog geen twee dagen later krijgt hij weer een brief van Domino en 24 lotgenoten. Hij opent de brief van Domino als eerste en leest.
Beste Spons,

Wat een heerlijk gevoel dat ik mijn brief nu eens niet ongeopend retour heb gekregen. Dit bevalt me echt prima. In andere woorden: dit lucht me dus echt (maar dan ook echt) op. Wel moet ik zeggen dat ik inmiddels weer aardig wat dominostenen over me heen heb gekregen, dus ik moet weer even wat kwijt. Zit je er klaar voor? OK, dan.

Eigenlijk, Spons, vind ik jou een looser. Een loser van het ergste soort. Ik walg van je!

Zo, nu kan ik weer rustig ademhalen. Tot de volgende brief dan, he. Niet heel veel langer. Dus .. tot snel,

Domino.
Spons bedenkt dat Domino best een punt heeft. Is het eigenlijk niet een beetje zielig als je andermans woede met liefde incasseert? Dan ben je best wel een beetje een looser, vindt Spons. Spons wacht geen seconde langer en schrijft meteen een brief terug.
Beste Domino,

Een looser? Ja, dat ben ik. Je hebt gelijk (maar dan ook echt gelijk). Het is best wel dom om te reageren op brieven die niet eens voor mij bedoeld zijn. Hoe meer ik erover nadenk, hoe dommer en dommer ik het vind. Wat een looser, zeg!

Het zal niet meevallen, maar ik beantwoord geen brieven meer die niet voor mij bestemd zijn.

Bedankt dat je me de moed hebt gegeven om te stoppen!

Groeten van Spons.

Een bijdrage van Marina NoordegraafFoto: Flickr

Het is zoals het is

Geplaatst op 7 mei 2012

In dit artikel wil ik graag mijn zwager aan u voorstellen. Mijn zwager is een echte man-man. U kent het type wel. Rationeel en onverstoorbaar. Als reactie op onderwerpen altijd een verklarend betoog of – als het te dicht bij komt – een grapje. Het zou mij niet verbazen als hij eigenlijk ontzettend gevoelig is. Maar dat hij dat angstvallig voor iedereen verborgen houdt. Met als gevolg dat hij heel hard zijn best  moet doen om niet geraakt te worden. Naar mijn idee heeft hij dit opgelost door alle problemen, zorgen en emoties die op hem afkomen af te doen met de woorden: “het is zoals het is”.

Lees verder

Over dapper

Geplaatst op 23 april 2012

Toen ik eind november mijn baan opzegde zonder een nieuwe te hebben, en zonder een helder en gekaderd plan voor ogen te zien, vonden veel mensen me ‘dapper‘. Ikzelf vond het noodzakelijk. Ik was geen seconde bezig met de gevolgen die er aan vast geplakt zaten (drie weken later werd ik behoorlijk ziek, en had daarmee meteen het antwoord). Natuurlijk zat ik niet te springen om deze wending, maar het kon niet anders, en dus volgde ik de stroom.

Lees verder

Wij, kinderen van het internet

Geplaatst op 9 april 2012

Er is waarschijnlijk geen ander woord dat zo vaak misbruikt is door de media als ‘generatie’. Ik heb een keer geprobeerd om de ‘generaties’ te tellen die de afgelopen tien jaar zijn uitgeroepen, sinds de uitvinding van de ‘Generatie Niks’; ik geloof dat het er minimaal twaalf waren. Ze hadden één ding gemeen: ze bestonden alleen op papier. De realiteit heeft ons nooit voorzien van een tastbare, betekenisvolle, onvergetelijke impuls, een gezamenlijke ervaring die ons voor altijd zou scheiden van de generaties voor ons. We waren er naar op zoek, maar in plaats daarvan kwam de verandering ongemerkt, met kabeltelevisie, mobiele telefoons, en vooral: het Internet. Pas vandaag de dag kunnen we echt begrijpen hoeveel er de afgelopen vijftien jaar veranderd is.

Wij, de kinderen van het netwerk; wij, die zijn opgegroeid met het Internet en op het Internet, zijn een generatie die op een wat bijzondere manier aan de criteria voor die term voldoet. We hebben geen impuls vanuit de werkelijkheid meegekregen, maar meer een metamorfose van die werkelijkheid zelf. Wat ons verbindt is geen gezamenlijke, beperkte culturele context, maar het geloof dat we die context zelf kunnen definiëren en dat die een gevolg is van vrije keuze.

Lees verder

Van jongen naar man

Geplaatst op 2 april 2012

Als je als jongen geboren wordt, moet je op een gegeven moment de oversteek maken naar de mannenwereld. Je kunt niet eeuwig een ventje blijven. En als je baard begint te groeien, is het tijd.

Man worden doe je niet alleen door voor de eerste keer te ejaculeren, 18 te worden of je rijbewijs te halen. Daar is meer voor nodig. In niet Westerse culturen bestonden en bestaan er nog steeds inwijdingsrituelen om dat te doen. Grote rituelen als sprong naar het volwassen-zijn. Rituelen met veel pijn, die ook nog eens lang duren. Zo zijn er verhalen uit het oerwoud van jongens die uit hun hut weggerukt worden bij hun moeder. En als de moeder daarbij flink schreeuwt en jammert, is de oversteek naar de mannenwereld begonnen.

Je kunt niet eeuwig een ventje blijven. En als je baard begint te groeien, is het tijd.

Eenmaal los van de moeder word zo’n jongen zonder eten en met niet veel meer dan een mes en iets om vuur te maken door een groep mannen, onder leiding van zijn vader, diep het oerwoud ingebracht. Daar blijft hij een aantal weken alleen achter. Terug komen naar het dorp is geen optie. In het bos zoekt hij zijn eigen eten, maakt een eigen slaapplaats, beschermd zich tegen roofdieren en zorgt zelf dat hij het goed heeft. Er is niemand die hem helpt. Als hij gewond raakt moet hij zichzelf verzorgen.

Barbaars

Dit soort verhalen klinkt ons vaak nogal barbaars in de oren. En zo dacht ik er ook over. Ik vond het zelfs schromelijk overdreven. Ik vond op kamers gaan wonen en een beetje voor jezelf kunnen koken wel genoeg.

Tot ik zelf een aantal van dit soort initiatierituelen deed. In een andere vorm weliswaar. Mijn moeder woont sowieso niet in een hut. Ze wist niet eens dat ik van huis was. Het was gewoon in Europa, daar zijn ook bossen. Alle mannen waren voor de wet allang volwassen en ik mocht na afloop warm douchen. Maar de impact was groot. Ik ben er nog steeds blij mee. De blauwe plekken en bloeduitstortingen op mijn lijf nam ik graag voor lief. Wat ik precies deed ga ik je niet vertellen. Zulke dingen doen heeft alleen effect als je niets weet over wat je te wachten staat.

Het feest

Na een aantal weken wordt de jongen opgehaald uit het bos. Hij heeft de oversteek gemaakt en het is tijd voor het feest. Een groot feest en het hele dorp doet mee. Uitbundig en zonder inhouden. Dat betekent niet dat iedereen zich laveloos zuipt, nee dat betekent vooral dat er voluit gedanst en bewogen wordt. Door mannen én vrouwen. Want de oversteek naar de mannenwereld is er een die je vooral met je lijf maakt.

De man is er nu één van hen. Iedereen in het dorp weet het. Ook de moeder weet het. Haar kleine jongen, is niet meer haar kleine jongen. Hij is niet meer van haar. Hij is van zichzelf en hij hoort bij de mannen. Hij staat niet meer onder zijn vader, maar naast zijn vader.

Het nut

Als jongens dit ritueel doorstaan om mannen te worden dan moet het nut wel heel groot zijn. Dat klopt. Een jongen leert drie dingen:

  1. Hij leert voor zichzelf zorgen. Zijn moeder is er letterlijk niet meer en zijn vader ook niet.
  2. Hij leert verantwoordelijkheid nemen voor zijn emoties, met name angst, woede en fysieke pijn. Hij leert zijn emoties en gevoelens dragen.
  3. Hij leert waar hij thuis hoort, bij de mannen.

Het tweede is iets dat bijna vreemd is. Na de rituelen die ik deed, had ik het gevoel dat mijn emoties meer van mij waren. Ondanks dat ze niet in grote of vorm veranderd waren, is de impact die ze hebben kleiner. Alsof ik ze nu heb, in plaats van dat ze mij hadden. Ik schrik er vaak niet meer van. Ik weet dat ze er zijn, maar ik ben ze niet.

Het derde is bijna niet met woorden uit te leggen. Het is een groot gevoel van rust en stevigheid. Zoiets als uit een vliegtuig stappen en weer vaste grond onder je voeten voelen. Alleen wist je niet dat je vloog.

Als man sta je nu naast je vader. Je bent nog steeds zijn zoon, maar je bent niet meer kind. Je hebt bewezen dat je jezelf kunt redden en dragen. Je bent een man geworden in de lijn van alle mannen die jou voorgingen; je vader, opa, grootvader, enz.

Jongens-mannen

In onze Westerse cultuur hebben veel mannen deze oversteek (nog) niet gemaakt of niet kunnen maken. Omdat het niet meer in onze cultuur zit, maar ook omdat veel vaders al van jongs af aan (emotioneel) afwezig zijn. Deze jongens-mannen zijn overal. Ze hebben veel geduld en empathisch vermogen, maar worstelen vaak met agressie en angst. Ze zoeken naar verbondenheid, maar weten niet waar die te halen.

Ze hebben veel geduld en empathisch vermogen, maar worstelen vaak met agressie en angst

Wanneer deze jongens-mannen in een situatie terecht komen waar grenzen een grote rol spelen, dan ervaren ze dat vaak als lastig. Grenzen die al getrokken zijn kunnen ze moeilijk accepteren. En waar grenzen door henzelf getrokken zouden moeten worden laten ze dat soms na. Ze voelen simpelweg niet waarom beide belangrijk zouden kunnen zijn, hun wens op zichzelf te staan is namelijk groter. Je voelt ze dan ook vaak hunkeren naar erkenning, maar als ze die krijgen dan weten ze niet hoe ze hem aan moeten nemen. Alsof ze niet thuis zijn en de post het pakketje erkenning weer mee moet nemen.

Jongens-mannen kunnen er veel baat bij hebben een training te volgen of zich door een man te laten begeleiden. Want een man die de oversteek heeft gemaakt weet waar de eerste grenzen liggen; wie hij is en waar hij bij hoort. Deze man voelt zich gedragen door zijn man-zijn en de soort waarbij hij hoort.

Een bijdrage van Jasper Jobse, Foto: heymarchetti Flickr

Het antwoord niet weten

Geplaatst op 26 maart 2012

Ik weet het antwoord niet. Ik wil het wel weten maar ik weet het nog niet.

Hoe zou het zijn als de baas van een land zegt: Ik weet het even niet. Ik heb even geen idee hoe we het beste verder kunnen gaan.

We leren dat we altijd een antwoord moeten geven. Het antwoord wat we geven moet daarnaast ook nog het goede antwoord zijn. Als je het antwoord niet weet krijg je een onvoldoende.

Lees verder

Vader dochter

Geplaatst op 13 maart 2012

Ze had haar vader verteld over de scheiding. Over dat ze het niet meer volhield met iemand die, helemaal sinds ze kinderen hebben, niet meer haar man maar vooral haar vader is. Dat ze al een vader heeft, die het haar moeilijk genoeg maakt om van te houden. En dat ze vrijheid wilde, ook als die duur betaald moet worden en nog ver weg is.

Lees verder

Subtiel

Geplaatst op 27 februari 2012

Wat doet u als uw schoonmoeder zichzelf alweer uitnodigt voor het eten en u heeft er helemaal geen zin in? Gaat u dan met uw partner ruzie maken? “Je weet toch dat ik daar geen zin in heb”, “we hadden toch afgesproken dat je dat eerst zou overleggen?”, “Ga maar bij je moeder wonen als je haar liever om je heen hebt dan mij”, of zegt u gewoon tegen uw schoonmoeder, “sorry even geen zin in je bezoek, we bellen wel weer”. Zo zou ik het zeggen. Gelukkig voor haar heb ik geen schoonmoeder.

Ik floep er altijd uit wat ik denk. Soms valt het in een groep mensen opeens stil. Dan weet ik hoe laat het is… “oh, ik was zeker weer niet subtiel?” Begint of iedereen te lachen OF het blijft stil. Dan was het dus echt erg.

Lees verder

Nu Nee zeggen, levert Later Ja op

Geplaatst op 6 februari 2012

‘Maar je gaat dus niks meer voor ze doen?’ vroeg een vriendin me laatst. ‘Nee’ zei ik dapper. Helemaal overtuigd was ik daarvan nog niet. Maar soms helpt het om dat stuk maar gewoon te negeren. Om door te gaan met dat waarvan je zeker weet dat het goed is, maar waar de rest van je lijf nog niet van onder de indruk is. Door angst voor het onbekende en wonderlijke maatschappelijke condities die je ooit aangeleerd hebt.

‘Echt niets meer?’ vroeg ze nog een keer. Het is natuurlijk niet voor niets een vriendin. Die laten zich namelijk niet zo makkelijk afschepen met een simpel ‘Nee’. ‘Nee’, zei ik nogmaals. ‘Maar als ik alleen nog maar brood met pindakaas kan eten, dan denk ik er heus nog wel 3x over na..’ ‘Oh…. zie je wel’, was haar laatste lachende reactie.

Lees verder

Angst voor succes

Geplaatst op 25 januari 2012

Lang geleden, nog voor ik ondernemer werd, kreeg ik het te horen. Dat ik angst voor succes had. Ik begreep dat toen niet. We willen toch allemaal succes? Nu ik meer dan 150 mensen heb begeleid geloof ik dat ik weet wat succesangst betekent. Veel van ons zijn bang voor succes. Ook al zullen we zeggen van niet. Dat is niet omdat we geen succes willen. Dat is omdat succes altijd iets met zich meebrengt en dàt willen we niet. Dus laten veel van ons dat succes liever achterwege.

Lees verder

Liefde – De Kerst Editie

Geplaatst op 19 december 2011

Jaren geleden was ik juf van een groep 12 jarigen in Amsterdam. De groep bestond uit een mooie mengeling van allerlei culturen en achtergronden. Uit talloze gedachten en gevoelens. ‘Begrip hebben voor elkaars verschillen, en kijken naar de verbinding’ stond dan ook altijd hoog op het prioriteiten-lijstje in de klas.

Zo ook toen Kerst naderde. De Islamitische kinderen van de groep vierden geen kerst. Maar dat mocht de pret niet drukken. Het feest was voor iedereen. Ik, als goed opgevoed katholiek, vertelde zo smeuïg als mogelijk over het christelijke verhaal. Ik besprak de Scandinavische goden. De oorsprong van de kerstboom. En nam zelfs de Amerikaanse versie met de Kerstman en Coca Cola even mee.

Lees verder

Leven, is altijd op de grens

Geplaatst op 5 december 2011

Het lijkt extreem wat deze mannen doen (en dat is het natuurlijk ook) en toch is het niet anders dan je baan opzeggen, die eerste zoen geven, emigreren, je muur knal-pimpel-paars schilderen of je kind geboren zien worden. Je maag draait zich er misschien bij om en je weet wellicht niet of het nu fijn is of juist niet. Maar de balans zul je later opmaken, daar is nu geen tijd voor. Wanneer je de beslissing hebt genomen staan al je zintuigen open. Je zult ze nodig hebben, want je weet niet wat er gaat komen. Je deed dit tenslotte nooit eerder. Eén ding weet je wel zeker: je leeft! Voluit, zonder inhouden!

Lees verder

Dan maak je maar zin

Geplaatst op 28 november 2011

Je hebt het vast wel eens gehoord: “Als je geen zin hebt dan maak je maar zin!” En je hebt het vast gehoord uit de mond van een vader of moeder, misschien wel van je eigen vader of moeder. Of nog erger, van je baas op het werk.

Ik was er laatst met iemand over in gesprek, over deze zin. Hij roept bij sommige mensen zelfs heftige emoties op. Het is een knap staaltje oer Hollandse logica. Maar ook een opvoedkundig volledig niet correcte zin.

Als coach gebruik ik die zin natuurlijk nooit. Dan zou ik binnen een dag werkloos zijn. Daar heb ik geen zin in. Maar boeiend is ie wel. Heel boeiend.

Lees verder

Dokter waarom ben ik zo somber?

Geplaatst op 14 november 2011

Hortend en stotend mindert de trein vaart. “Dames en heren, we naderen station Zaandam. Deze sprinter rijdt verder richting Alkmaar.” Graag, maar niet vandaag. Ik stap uit. Het gebouw is zojuist geheel gerenoveerd. Een creatieve, nostalgische geest heeft met het oog op het behoud van onze Nederlandse identiteit het hele station bedekt met een façade van Zaanse huisjes. Het blijft een façade. De druilerige twee kilometer door de winkelstraten van het stadscentrum richting het Zaans Medisch Centrum zijn evenmin erg inspirerend. Dit is het decor voor de komende weken; de biotoop van mijn ontspoorde patiënt: de geestelijke gezondheidszorg te Zaandam.

Romantisch was het, mijn beeld van de psychiatrie. Rokerige spreekkamers, oude chesterfields en bedachtzame mannen met grijze haren en starre pakken. Eindeloze dialogen over de zin en de onzin van het leven; onuitspreekbare fantasieën en niets verhullende ontboezemingen van huisvrouwen en hoogleraren. Citaten van Freud en Jung die overstemd worden door een chronisch pruttelende percolator; een zoektocht naar dat wat schuilgaat onder de schedeldaken van de patiënt. De dokters van de donkere kamer; het licht in de duisternis van deze onzekere tijden.

Volgens de cijfers van het Trimbosinstitituut heeft 1 op de 5 Nederlanders dit jaar te maken gehad met een psychische stoornis

Niets van dat alles. De efficiëntieslag in de zorg heeft ook de psychiatrie niet ongemoeid gelaten. Het brein is een orgaan als een ander en zal dus ook als zodanig behandeld worden. Helaas kunnen we geen thermometer in de hersenen stoppen en levert een stethoscoop op een hoofd ook bijzonder weinig nuttige informatie op over de toestand van de geest. De politiek wil het zwart op wit; voor vage gesprekken in vale salons krijg je tegenwoordig geen euro meer. De opname van de gemiddelde psychiatrische patiënt kenmerkt zich door een wasstraat aan vragenlijsten. Niet ingevuld? Geen geld. Geen diagnose? Niet ziek. Of er nou iets mee gedaan wordt of niet. Het stellen van een diagnose in de psychiatrie voelt vaak alsof je een varken in een luciferdoosje probeert te stoppen; het wringt en wroet aan alle kanten. Wat maakt de psychiatrie zo ongrijpbaar?

Volgens de cijfers van het Trimbosinstitituut heeft 1 op de 5 Nederlanders dit jaar te maken gehad met een psychische stoornis. Ongetwijfeld heeft u een sombere buurman, een collega die wel heel vaak haar handen wast of een vriend uit uw voetbalteam die af en toe een glas te veel drinkt. Maar wanneer is dat een psychische stoornis? Tegenwoordig wordt de diagnose gesteld op basis van de DSM-IV (Diagnostical and Statistical Manual of Mental Disorders, een gestandaardiseerde lijst van alle psychiatrische ziekten op basis van een consensus bereikt door een internationaal gezelschap van psychiaters, psychologen en epidemiologen, laatste versie dateert uit 2000). De meeste diagnosen zijn een syndroom: een verzameling van symptomen.

Eenvoudig. Zo lijkt het. Een patiënt komt op je spreekuur: “Dokter, ik ben zo somber.” Even checken volgens de criteria en hup naar huis met een doosje Prozac. Toch? Zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Een psychische aandoening is een moeilijk samenspel van factoren die zich telkens weer anders presenteren, net zoals elke andere ziekte, daargelaten dat de symptomen in de psychiatrie een groot grijs gebied innemen. Een huilerige baby die zijn luier niet wil laten verschonen en een brakende studente met koorts kunnen allebei een hersenvliesontsteking hebben. Dit is aan te tonen met een goede anamnese en gedegen lichamelijk onderzoek. Een man die op het punt staat van het dak te springen en een vrouw die al dagen stilzwijgend op de bank zit, kunnen allebei depressief zijn; maar wanneer is een brein definitief ontspoord?

De ontwikkeling van de psychiatrie is een logisch gevolg van het leven in groepsverband. Om samen te kunnen leven is het van belang dat elk individu naar behoren functioneert en zich ‘normaal’ gedraagt. Deze normaalwaarden bestrijken een zeker spectrum en wie zich buiten deze grenzen begeeft, riskeert het etiket ‘de gek’. Al in de prehistorie kenden onze voorvaderen mensen binnen hun gemeenschap die mentaal wankelden. Men was ervan overtuigd dat ze bezeten waren door demonen of boze voorvaderen; kwaad van buitenaf. Om de geesten te verjagen, werden er gaten in de schedel gemaakt. Niet eens zo’n vreemde gedachte. Tot de jaren vijftig was de lobotomie (een procedure waarmee met een ijzeren pen vanuit het oog in de prefrontale cortex werd geroerd) een gangbare procedure bij epilepsie en psychoses en werd er zelfs een Nobelprijs (1949) voor uitgereikt.

De Grieken dan? Daar hebben we toch menig wijs idee aan te danken. Zij benaderden het probleem vanuit de interne mens. Hippocrates stelde dat er in ons lichaam vier vloeistoffen circuleren: slijm (phlegma), bloed (haima), gele gal (xanthe chole) en zwarte gal (melaina chole). Deze laatste zou overmatig aanwezig zijn bij depressieve mensen; ze zouden letterlijk zwartgallig of melancholisch zijn. Pas in de 19de eeuw kwam de Duitste psychiater Kraepelin met een gangbaarder alternatief. Het brein zou als onderdeel van het lichaam gezien moeten worden en een depressie was niet anders te beschouwen dan een aandoening elders in het lichaam. Het was een verstoring van het natuurlijke evenwicht. Daarbij zou er ook een erfelijke component meespelen. Met een vrij geniale tussenkomst van Freud, die de hele ziel op het rooster legde, en daarbij onderscheid maakte tussen onze driften (es), ons geweten (uber-ich) en het geknede karakter dat zich resulteert uit die twee (ich), zijn we momenteel gestrand bij een biopsychosociaal model. Een alcoholist is het resultaat van een prikkelbaar dopaminesysteem (bio), een conflict tussen impulsieve driften en het onvermogen de consequenties daarvan te overzien (psycho), en tenslotte een leefomgeving met bepaalde problemen die hem of haar aangezet hebben tot dit gedrag (sociaal). Een hele vooruitgang, maar zo duidelijk als een longontsteking lijkt een psychische ziekte nog steeds niet. Of toch?

Als er licht brandt in een bibliotheek, weten we ook niet zeker dat iemand er aan het studeren is

Met de ontwikkeling van de functionele MRI-scanner (beeldvorming van de hersenenen terwijl proefpersonen en patiënten testjes uitvoeren) heeft de neurofysiologie een vlucht genomen. De boeken van Swaab en andere hersenonderzoekers over de werking van ons brein spreken eindelijk duidelijke taal. “Vrije wil bestaat niet.” “Alles stond al vast in de baarmoeder.”: het zijn glasheldere inzichten. Maar ook Swaab en de zijnen kunnen nog geen zaligmakend antwoord geven op de ziekten van ons brein. Beeldvorming van de hersenen zegt slechts iets over de activiteit in een bepaald gebied. Als er licht brandt in een bibliotheek, weten we ook niet zeker dat iemand er aan het studeren is. Een kind dat thuis geslagen werd, garandeert nog geen crimineel.

Ook al bleven de chesterfields in de spreekkamer van mijn eigen geest en kwam de koffie gewoon in een plastic bekertje uit de automaat, de weken in Zaandam waren een openbaring. Een gebroken been is niet te missen, een aanval van galstenen wordt meestal na enkele vragen duidelijk maar een zieke geest is een verhaal apart. Maar wat gebeurt er in het brein van iemand die er plots van overtuigd is dat zijn zoon hem met een slagersmes zal vermoorden? Het lijkt een even groot raadsel als de vraag waarom rond 1850 veel meer vrouwen die in ziekenhuizen bevielen, overleden in het kraambed. De oplossing van dit probleem bleek eenvoudig. Artsen hoefden slechts hun handen te wassen. Is er voor de hersenen ook een ei van Columbus. De psychiatrie is daarmee ondoorgrondelijk; eindeloos fascinerend als een onontdekt continent.

Hortend en stotend komt de trein weer tot stiltstand. “Dames en heren, dit is station Amsterdam Centraal.” Op weg naar mijn fiets passeer ik twee junks in grauwe leren jassen, lurkend aan een sjekkie, een vrouw die met haar armen in de lucht de forensende massa probeert te bekeren tot het christendom en een schoolklas met vier jongetjes die als bezetenen door de stationshal hollen, achtervolgd door een wanhopige lerares. Al met al twee gevallen van middelenmisbruik, een vermoedelijke psychose en een handjevol ADHD’ers. De zon schijnt over het Rokin, mooi in al zijn lelijkheid. Met enige melancholie lijkt het me beter dat de gekte nog even blijft bestaan. Een normaal Nederland, dat is toch ook maar een façade?

Een artikel van Emma Bruns, Dit artikel is geplaatst in de nrcnext van 27 oktober 2011 en met toestemming ook hier gepubliceerd. Foto: Marina noordegraaf

Het jongetje dat wilde zijn

Geplaatst op 31 oktober 2011

Lang geleden, maar zo kort dat het vandaag nog leeft, speelde een klein jongetje in het bos  aan de overzijde van alles. Althans, dat vonden de mensen omdat het leven zich volgens hen niet in het bos, maar daarbuiten afspeelde. Het jongetje zelf vond juist dat alles in het bos was, en hij ervoer dat daarin alles ook één was. Goed en kwaad bestonden niet, het leven was hem en hij was het leven. Waarin niets anders dan de wind die je meevoerde, de zon die je kuste, of een blad dat langzaam ruiste in de wind. Leven was zijn.

Hoewel tijd in het leven van het jongetje nog geen fluisterbeweging veroorzaakte, deed dit dat wel aan de overzijde van het bos. En dus werd het jongetje op een kwade dag door de wereld geroepen. Hij moest groeien en worden, in plaats van te zijn. Hij moest verhuizen naar het ‘echte leven’. Tenminste, dat zeiden zijn ouders, de meester van de school en alle anderen die het konden weten.

Lees verder

Iets met je haar gedaan?

Geplaatst op 17 oktober 2011

Ik las in de krant dat in China singles naar de IKEA gaan om te daten. “De sfeer is er ongedwongen en er is airco en gratis koffie.” IKEA zit er een beetje mee in zijn maag, want de singles kopen niets en houden het restaurant bezet.

Je kunt je afvragen waarom ze de IKEA kiezen. Ik denk dat ik het wel weet. IKEA laat je letterlijk wandelen in een nieuw-leven-illusie. Dat heet de showroom. Alles is mogelijk, je hoeft het alleen nog maar te kopen.

Lees verder

De cliënt weet het het beste

Geplaatst op 10 oktober 2011

“Iedereen noemt zich coach tegenwoordig!” Ik hoor deze of een soortgelijke zin wel eens. Met soms nog de toevoeging dat er een landelijk keurmerk moet komen. Tot een paar jaar terug ging ik mij verdedigen als iemand mijn vak ter discussie stelde. Ik sta voor kwaliteit, was mijn gedachte, dus moet ik bewijzen dat ik dat lever. Dan ging ik vertellen hoe ik werk, en trok ik een potje voorbeelden open. Gelukkig doe ik dat niet meer. Dat was erg vermoeiend.

Er is namelijk maar één manier om mensen te laten ervaren hoe je werkt, en wat ze dat oplevert, en dat is iemand in begeleiding nemen. Je kunt niemand uitleggen hoe een ijsje smaakt. Iedereen heeft zijn eigen smaakpapillen en zijn eigen bril waardoor hij of zij naar de wereld kijkt. En mijn manier van werken is anders dan andere begeleiders, omdat ik ik ben. Omdat ik mijn karakter niet uit kan schakelen.

Lees verder

Het onzekere konijn

Geplaatst op 12 september 2011

Er was eens een onzeker konijn. Dat komt vaker voor onder konijnen. Maar dit konijn had het er moeilijk mee. Misschien was zijn onzekerheid niet groter dan bij andere konijnen. Maar dit konijn vond het eenvoudigweg zwaar. Het leek hem fijn als zijn onzekerheid draaglijker zou zijn.

Op een dag stuitte konijn op het bedrijf Konijn®egistratie. Och, als hij daar toch eens lid van zou kunnen worden, dacht hij. Dan zou hij vast en zeker zekerder zijn over zijn konijnheid. Maar onzeker als hij was dacht hij dat ze hem vast niet zouden toelaten.

Het vooruitzicht van een afwezige onzekerheid trok

Thuis aangekomen ging hij naar bed en de volgende morgen stond hij weer op. Weken gingen voorbij. Tot de ochtend dat hij met een wortel in zijn mond voor de spiegel stond en de wortel bijna mooier vond dan zichzelf. “Ik moet het toch maar eens gaan proberen.” zei hij zachtjes. Het vooruitzicht van een afwezige onzekerheid trok. Konijn begon te glimmen en maakte bijna een sprongetje. Bijna.

Hij trok zijn beste staart aan en ging op weg. Bij Konijn®egistratie aangekomen stapte hij het hol in. (Konijnenbedrijven zitten altijd in een hol. De konijnen Kvk bijvoorbeeld zit ook in een hol, en deelt zijn kantine met de Konijnenpolitie).

Konijn werd allerhartelijkst ontvangen en voelde zich al bijna direct een échte soortgenoot. Hij liet zijn diploma’s en bekwaamheidsgeschriften zien, men nam een foto en hij ging weer naar huis. Na twee weken kreeg hij een prachtige brief met zegel. Hij was officieel lid! Konijn was dolgelukkig! Zijn onzekerheid verdween en hij leefde gelukkig.

De vragen

Op een dinsdag in augustus ontving hij een brief. Het konijnenregister was erg groot geworden en daarom was er een controle nodig. Konijn was blij met dit streven naar kwaliteit. Ook wat groot is dient goed in elkaar te steken, en liefst met dezelfde eenvoud als 6 eieren in een doosje zoals hij dat wel eens in de mensenwereld had gezien.

De brief bestond uit een aantal vragen:

  • Hoe weet u zéker dat u een konijn bent?
  • Konijnt u zoals een konijn behoort te konijnen? En zo ja, hoe weet u dat?
  • Heeft u kwaliteiten verworven op een wijze die wij niet begrijpen en daarom moeten afkeuren?
  • Zet u levenservaring in op een plek waar uitsluitend gevraagd wordt te handelen naar opleiding en niets dan opleiding?

En als laatste stond er deze zin: U heeft twee oren. Wij hebben vernomen dat deze regelmatig rechtop staan. Waarom vertoont u dit bijzondere gedrag? Kunt u hier een toelichting op geven? En zo nee waarom niet? En zo ja waarom wel?

Konijn ging er eens voor zitten en schreef een brief terug.

Het antwoord

Een paar dagen later ontving konijn het antwoord. Deze keer zonder zegel, maar hij herkende het Konijn®egistratie logo. De brief was als volgt:

Helaas kunnen we u niet garanderen dat u een echt konijn bent. De redenen hiervoor zijn de volgende.

1. Bij de meeste konijnen hangen beide oren. Wij hebben geconstateerd dat bij u beide oren overeind staan. Dit is niet des konijn.

2. U heeft kennis verworven op een wijze die wij niet begrijpen. Ook al leidt deze kennis tot gewenste resultaten, de wijze waarop deze kennis tot stand kwam is ongewenst.

Afwegende beide punten, is het u niet toegestaan om lid te zijn en/of blijven van ons register.

Omdat wij alleen met echte konijnen zaken doen, kunnen wij u derhalve niet zelf schrappen. U dient zichzelf daarom binnen zeven dagen uit ons register uit te schrijven. Neem daartoe deze brief mee. Deze brief is namelijk geschreven door een echt konijn dus aan de identiteit van deze brief, in tegenstelling tot de uwe, hoeven wij niet te twijfelen. Bezwaar maken tegen deze beslissing is niet mogelijk, omdat wij alleen bezwaren van echte konijnen in behandeling kunnen nemen.

Heeft u vragen, raadpleeg dan onze website. Indien uw vraag niet voorkomt bij de veelgestelde vragen, stuur dan een e-mail. Wij zullen uw e-mail printen op prachtig papier en aan de stapel onbeantwoorde vragen toevoegen.

Konijn legde de brief op zijn tafel, en vroeg zich af waar zijn onzekerheid ook al weer over ging…

Een bijdrage van Jasper Jobse, Foto: Wwarby Flickr

Dit artikel is in 2015 ook gepubliceerd in ‘Keerpunt’ vakblad van beroepsvereniging het NVPA

Facebookloos

Geplaatst op 5 september 2011

“Je gaat je account deactiveren, weet je het zeker?”, ik klik op ja. Er verschijnen foto’s van willekeurige vrienden, “deze vrienden gaan je missen, weet je zeker dat je jouw account wilt deactiveren?”, ik klik op ja. Er komt een email binnen, “je hebt zojuist je account van Facebook gedeactiveerd, wil je deze weer activeren?”

De daarop volgende uren en dagen betrap ik mijzelf op hoe vaak ik uit automatisme Facebook wil aanklikken. Het is zo erg dat ik de slappe lach krijg. Ik sta bekend om mijn wilskracht en discipline, maar lieve mensen, ik moet u teleurstellen: Facebook was te sterk voor mij.

Lees verder

Spullen

Geplaatst op 30 augustus 2011

Onlangs las ik in de krant dat Apple (de computerfabrikant) meer geld in kas heeft ($ 76 mld) dan de Amerikaanse regering. Dat is een opmerkelijk gegeven. Ik schrok er zelfs een beetje van. Een fabrikant van spullen heeft meer geld dan een heel land!? Die spullen zullen dan wel in trek zijn. En dat zijn ze natuurlijk. Ook dit artikel schrijf ik op een Apple computer.

Ik heb me altijd al afgevraagd waarom mensen, ikzelf incluis, zich zo kunnen hechten aan spullen. Waarom staat er op stickers in de winkel jaar in jaar uit; NIEUW! Waarom kunnen wij al ons bezit verzekeren? Waarom klinken de woorden ‘economische groei’ een beetje alsof er een toename in geluk is?

Lees verder

Ik tweet. Jij twittert. Wij twitteren.

Geplaatst op 22 augustus 2011

‘Ik werd gek van al jouw tweets uit Achlum’, zei iemand gisteren tegen me. Het is een aardig iemand, dus dan kun je zoiets makkelijk hebben. Maar in alle eerlijkheid moest ik wel ’Ik ook’ antwoorden.

Ik vond het echt 3x niks al dat getik van al die letters gedurende de dag. De normale mens zal zich nu afvragen waarom ik dan in hemelsnaam zoveel berichtjes het luchtruim in stuurde. En alweer moet ik zeggen dat ik mezelf dat ook afvraag.

Lees verder

Vrienden

Geplaatst op 15 augustus 2011

Vorige week zag ik de documentaire “Jongens zijn we” van Tomas Kaan. Oh, wat is ie prachtig en ontroerend. En wat lag ik soms dubbel van het lachen. ‘Jongens zijn we’ is een film over de vriendschap tussen de 12-jarige Jim en de één jaar jongere Sam. Jim en Sam vertellen in hun laatste zomer samen, over vriendschap, ouder worden en wat het voor hen betekent om jongen te zijn. Ze wonen in een dorp, ze gaan varen, halen kattenkwaad uit en geven antwoord op de vraag of je van elkaar houdt als je vrienden bent.

Lees verder

Rouw

Geplaatst op 8 augustus 2011

Rouw is iets waar iedereen mee te maken krijgt. Je ontkomt er niet aan. Rouwen doet iedereen op zijn eigen manier. Zoals er geen standaard manier is om meer zelfvertrouwen te krijgen, zo is er ook geen standaard manier van rouwen. Je kunt rouwen objectief gezien dus moeilijk goed doen. Als je wilt leren zwemmen dan ga je op zwemles. Als je wilt leren rouwen dan…? Voor de meeste mensen blijft het iets als in het diepe gedonderd worden.

En dan is er ook nog dat vreemde deel. Dat het nooit klaar lijkt. Omdat je tijdens het rouwen steeds een nieuwe laag in je verdriet en verlangen tegenkomt, lijkt er geen einde aan te komen. Je moet steeds weer tot de bodem en dan weer terug naar boven om lucht te happen. Je hoort mensen wel eens zeggen dat het verlies te dragen wordt. Dat klopt. Maar dan dragen ze nog steeds iets. En de laatste stap is nog niet gemaakt.

Lees verder

In therapie op tv

Geplaatst op 26 juli 2011

Gisteren is de serie In therapie weer begonnen bij de NCRV. Zes weken lang kun je je deze zomer iedere werkdag om 22:45 uur op Ned 2 verlustigen aan botsende mensen die worstelen met hun verlangen en onvermogen het leven vorm te geven.

In therapie is leuk om naar te kijken. Het is ontroerend, en soms knettert het en zindert de spanning van je scherm. Bijna alles wat er speelt in therapie en ook daarbuiten, komt aan bod. Wat kun je wel en niet doen als therapeut? Kun je houden van mensen in een werkrelatie? Hoe ver gaan cliënten als ze de weg kwijt zijn? Mag je als cliënt je therapeut manipuleren?

Lees verder